
Ondertussen is het meer dan een jaar geleden dat Graziella, Patricia en ikzelf naar Nepal vertrokken. Tijd voor een volledig verslag van de reis.
Laat ik het verhaal starten bij onze aankomst in Hotel Mona Lisa, bij Kesjab – de trekker van CWON te Nepal. Ik had Kesjab zelf nog niet ontmoet. Het was een enorm hartelijke ontvangst: we kregen sjaals, bloemen, verfrissingen, noem maar op.

Maar we waren daar natuurlijk niet op vakantie, dus nadat we onze bagage in de kamer gedropt hadden, gingen we meteen aan de slag om de komende weken te plannen. Bij een bord chips Chili (een soort zachte frietjes in een zoete Chili saus met paprika’s) overlegden we met Kesjab over het concrete opzet van ons bezoek: een health day, waar we ook kledij en schoolgerief zouden uitdelen en voedsel zouden voorzien. Niemand van ons wat op dat moment al in Djinlau geweest, dus we konden ons niet heel goed voorstellen hoe dat zou gaan. Kesjab gaf aan dat er op zo’n health day gezinnen van alle omringende bergen naar de school komen, om zich te laten onderzoeken, wonden te laten verzorgen en algemeen kledij en eten te halen. Ik luisterde geïnteresseerd naar zijn uitleg, al moet ik zeggen dat ik alsnog niet helemaal voorbereid was op wat we enkele dagen later zouden zien.
Tijdens het eten ontmoetten we ook de Australische masterstudenten verpleegkunde die ons op onze tocht naar Jinlau zouden vergezellen. Een vrolijke bende van 12 vrouwen en een man, die allemaal een diploma in de humane wetenschappen (sociologie, journalistiek,…) op zak hadden en nu in een jaar tijd een master verpleegkunde bij studeerden. Zij zouden samen met Graz en enkele Nepalese dokters instaan voor de verzorging van de zieken. Patricia en ik zouden kledij uitdelen en enkele medewerkers zouden de kinderen vertrouwd maken met het schoolgerief. Na een avondje plannen en socializen (en de twee hotelkamelen ontmoeten) was de toon gezet voor een productieve reis en konden we met een gerust hart gaan slapen in onze bebloemde kamer.


De eerste dagen werd ons uitgelegd wat we konden verwachten eens we “boven” waren (Jinglau ligt op 2500m hoogte en is niet bereikbaar met de auto, zie ook de foto’s), en kochten we kledij, schoenen en schoolmateriaal. (Oja, en tussendoor vingen we nog een babykrokodil.)
Voor zij die ons verhaal pas volgen: kledij en diversen meenemen vanuit België was vreselijk duur. Dus we hebben ervoor gekozen om geld in te zamelen en dat in Nepal onder leiding van Kesjab te spenderen aan spullen die echt op maat van de kinderen waren. Bovendien steunden we zo enkele Nepalese handelaars – die dat zeker konden gebruiken. Ik heb zelf in Nepal enorm veel spullen gekocht, ondermeer een handtas gemaakt van gerecycleerde Coca Cola etiketten, een metalen dino, een hoed, geweven zakjes, sjaals en tekeningen. Niet omdat ik die dingen nu zo intens nodig had, maar omdat ik er zoveel mooie initiatieven mee kon steunen. Vrouwenemancipatie. Afvalverwerking. Weeshuizen. Onderwijs. En nog zoveel meer. Ja, de consumptiemaatschappij is problematisch maar ik heb met geld gesmeten dat het geen naam had. En daar heb ik geen spijt van. Mijn hoeveelheid spullen verdwijnt gelukkig in het niets bij de hoeveelheid kledij en schoenen die we voor de kinderen kochten.

100 broeken, truien, schoenen etc in diverse maten werden allemaal in grote rijstzakken gestopt en in onze jeep geladen. Een prachtig zicht. (Ja, prachtig!)

Medicijnen daarentegen hadden we wel mee uit België! Zakken vol.

Enkele dagen later was het grote moment aangebroken. Voor dag en dauw werden onze aankopen samen met gigantische zakken rijst, groenten, kookpotten, medicijnen en onszelf in een bus geladen.

Twee dokters en wat overgebleven spullen volgden in een jeep. En wijle weg: een tweetal uren rijden en slechts 3 rivieren doorkruisen. Dat viel goed mee, zou achteraf blijken. Na twee uur rijden kon de bus niet verder. Van daar moesten we te voet verder. Alle spullen werden gedragen door sherpa’s: Nepalese dragers die op slippers (!) de bergen op spurten. Ze zijn minstens een half uur na ons vertrokken en ons halverwege voorbij gestoven.

Helden – gelukkig zijn de dragers zelf voorstanders van het project en worden ze op correcte wijze vergoed (wat lang niet altijd het geval is). Maar wij stonden ook ons mannetje met de stenen en de rivier. Er zijn foto’s van – so it did happen.


Ja, de achterste sherpa draagt een metalen tafel. Een metalen tafel.

Na een lange tocht kwamen we boven. We hadden nog een paar uur om voorbereidingen te treffen voor de health day van de volgende dag, want daarna zou het te koud worden. We pakten de medicijnen uit, legden de kleren per maat (dat was mijn taak), maakten vuur en begonnen te koken terwijl de dokters en de apotheker van dienst zich installeerden in de verschillende lokaaltjes. Gebouw van dienst is het schooltje dat in 2013 door CWON gebouwd is.
Nota bene ook het enige bouwwerk dat de naam waardig is, de gezinnen in kwestie leven meestal onder een soort afdak samen met de geiten die CWON in een vorige tocht naar boven heeft gebracht. Ter illustratie: als het echt koud is kruipen ze met z’n allen rond een vuur. Dat is warm. Dat daar af en toe een kind inrolt tijdens z’n slaap is collateral damage – wat moeten ze anders? Het schoolgebouw doet bij koude ook dienst als opvang. Gelukkig.
Het heeft de aardbevingen van 2015 goed doorstaan – betonnen rots in de branding.

Dat was ook onze slaapplaats. Comfortabel is anders, zo’n betonnen vloer valt niet mee. En echt warm is het ook niet. Maar beter dan buiten. En dus cruciaal. Die nacht was niet bijzonder aangenaam, maar de echte confrontatie zou voor mij persoonlijk pas de volgende dag komen.

De health day was aangebroken! We waren vroeg opgestaan en dat was maar goed ook, want al van ’s middags stroomden mensen van omliggende bergen naar het schooltje. Toen ging het allemaal snel. Calida (de coördinatrice van CWON Australië), Patricia en ik spreidden de kleren uit op een zijl en verdeelden ze, de dokters onderzochten aan de lopende band patiënten, de apotheker gaf ze de gepaste medicatie en de verpleegsters/verpleger gaven les in hygiëne en verzorgden gewonden.






Daarna was het etenstijd. Er verscheen een enorme rij van mensen met allemaal borden gemaakt van bladeren.




Ik denk dat bij mij alles toen pas indaalde. Dit was de eerste echte maaltijd sinds lange tijd voor veel van deze mensen. De Nepalese medewerkers van CWON gaan één keer per week naar boven om voor gezinnen te koken, maar voor veel mensen is ze tocht te ver om elke week te doen. 3 jaar geleden konden ze geen rijst telen – die vaardigheden hadden ze niet. Ondertussen kunnen ze die kweken en koken, maar groenten en vlees zijn bijzonder zeldzaam in hun dieet. De kleren die ze dragen zijn gekregen van CWON. Daarvoor droegen ze er geen. Niet omdat het niet nodig was – omdat ze ze niet hadden. Het is hallucinant te denken dat dit kan, in zulke omstandigheden leven – niet omdat ze willen, maar omdat ze niet anders kunnen. Dit zijn namelijk allemaal mensen die behoren tot de laagste kaste. Officieel is het kaste systeem afgeschaft, maar in de praktijk kunnen deze mensen nog steeds geen eigendom verwerven. Omdat niemand iets aan hen wil verkopen. Omdat niemand hen een job wil geven. Omdat ze überhaupt geen scholing gehad hebben want hun dagbezigheid bestond tot enkele jaren geleden uit water halen: 3 uur heen, 3 uur terug.

Het eerste wat CWON deed was een “waterleiding” -een tuinslang – aanleggen.
De tweede verwezenlijking was de bouw van het bovengenoemde schooltje en bijhorende organisatie van lessen. De kinderen een betere toekomst geven is dan ook de hoofdbekommernis van CWON. De kinderen zijn zelf heel enthousiast:

Dit soort dagen helpen hen ook enorm. Het jaar voordat wij er waren, was er een dame met een grote keeltumor, die direct naar het ziekenhuis werd gebracht. Ze was al tien jaar niet meer ‘beneden’ geweest. Maar niet enkel voor zulke zeldzame gevallen zijn de health days noodzakelijk. Diarree, koorts, dehydratatie,… Voor ons vrij doorsnee ziekten en symptomen, maar zonder medicatie en in die omstandigheden zijn ze jammer genoeg nog heel ernstig en zelfs dodelijk. Bij onze health day ging er ook een gynaecologe mee naar boven. Deels om intieme hygiëne aan te leren, maar ook om de dames te onderzoeken, informatie te verstrekken over maandstonden, zwangerschap, menopauze en andere (al dan niet ernstige) vrouwenzaken. Dat werkt bijzonder taboedoorbrekend. Een andere cruciale maatregel was het aanleggen van een toilet. Rudimentair, maar een hele verbetering voor de hygiëne.

Na het uitdelen van de kleren, de medicijnen en het eten viel de avond en trok iedereen weer huiswaarts (naar de omliggende bergen). Sommigen zouden nog meer dan 4 uur onderweg zijn. Wij praatten nog wat na en gingen dan slapen in ons schooltje, veruit de beste slaapplaats van alle aanwezigen. De volgende dag pakten we alles in en wandelden we naar beneden – wat veel beter ging dan omhoog.
Wij waren daar natuurlijk slechts 3 dagen. De echte helden zijn de Nepalese vrijwilligers die dit veel regelmatiger kunnen doen. We hebben uiteraard geprobeerd ons steentje bij te dragen, en dat is vast ook gelukt. Maar wat vooral belangrijk is, is de structurele begeleiding en ondersteuning die CWON biedt. Enerzijds door de Nepalese vrijwilligers, die mensen leren om rijst te telen en te koken, vuur te maken, geiten te houden etc. En anderzijds door ons, die financiële steun kunnen bieden om dat alles mogelijk te maken. Nu ik alles met mijn eigen ogen gezien heb, en dit zelf heb ervaren, ben ik er nog meer van overtuigd dat wat we daar met z’n allen doen, waardevol is. Dit soort ontwikkelingen hebben een directe impact op het leven en de toekomst van de mensen, maar vooral kinderen van Djinlau. Ze krijgen hierdoor kansen die anders niet mogelijk waren, ze krijgen toegang tot dingen die anders onbereikbaar zouden zijn. Voor ons is dat een kleine moeite, voor hen – echt – een wereld van verschil. Ik ben blij dat ik hieraan kan bijdragen.
En een enorm grote “bedankt” aan iedereen die dit mogelijk heeft gemaakt: mensen die geld gegeven hebben, medicijnen ingezameld, kinderen financieel geadopteerd hebben,… Zonder jullie was dit niet mogelijk. Ook jullie zijn helden.
Het is niet altijd makkelijk om schriftelijk neerslag te bieden van alle emoties en indrukken. Vaak dekken mijn omschrijvingen niet de hele lading. Vraag ons gerust naar onze ervaringen voor een persoonlijkere aanpak. Bedankt voor jullie steun.
Uw verslaggever en fotograaf van dienst,

Inge (ze staat ook eens op de foto)
Nog wat beelden van de mensen die we daar ontmoetten:











En nog iemand die bijzondere vermelding verdient – zonder hem was CWON er niet geweest:

Een reactie achterlaten